
Een vergrijpboete is een bestuurlijke boete die de inspecteur alleen kan opleggen als hij bewijst dat je met (voorwaardelijk) opzet of grove schuld te weinig belasting hebt aangegeven of betaald. Meestal gaat het om 25% tot 100% van de te weinig geheven belasting. Dat klinkt bedreigend, en dat is het helaas ook. Maar de bewijslast ligt volledig bij de inspecteur, en die lat ligt hoog. In de praktijk sneuvelen vergrijpboetes geregeld bij de rechter. Het loont dus vaak om hiertegen in verweer te komen.
Snel antwoord: wanneer mag de Belastingdienst een vergrijpboete opleggen?
Alleen als de inspecteur overtuigend aantoont („doen blijken”) dat sprake is van (voorwaardelijk) opzet of grove schuld. Lukt dat niet, dan is er geen boete — ook als de navordering of naheffing zelf terecht is. De boete bedraagt doorgaans 25% tot 100% van de te weinig geheven belasting; bij verzwegen box 3-vermogen kan zij oplopen tot maximaal 300%. Sterke verweren zijn onder meer het pleitbaar standpunt, het vertrouwen op een deskundig adviseur en kritisch bewijsverweer.
Inhoud
Een vergrijpboete is een straf. Het is een zogenoemde punitieve sanctie voor gedrag dat de wetgever ernstig verwijtbaar vindt, zoals het opzettelijk onjuist doen van aangifte. Daarmee verschilt de vergrijpboete wezenlijk van de verzuimboete, die je bijvoorbeeld krijgt als je je aangifte te laat indient. Bij een verzuimboete doet jouw schuld er nauwelijks toe; het is een vast bedrag en een tik op de vingers. Bij een vergrijpboete moet de inspecteur eerst iets over jouw gedrag en jouw wetenschap bewijzen. Lukt dat niet, dan is er geen boete. Zo simpel is het in de kern.
Wanneer kan de Belastingdienst een vergrijpboete opleggen?
De wet kent verschillende grondslagen, elk met eigen voorwaarden. De belangrijkste op een rij.
Onjuiste of niet-gedane aangifte bij aanslagbelastingen (art. 67d AWR)
Dit gaat om de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting: belastingen die via een aanslag worden geheven. De inspecteur kan bij het opleggen van de aanslag een boete meegeven als de aangifte opzettelijk onjuist of onvolledig is gedaan. Let op: hier is alleen opzet voldoende. Grove schuld is bij dit artikel geen grondslag. Wie slordig was maar niet opzettelijk handelde, kan op deze grond dus niet worden beboet.
Te lage aanslag door opzet of grove schuld (art. 67e AWR)
De klassieke navorderingssituatie. De aanslag stond al vast, later blijkt dat er te weinig is geheven, en de inspecteur vordert na. Is dat te wijten aan jouw opzet of grove schuld, dan kan hij daarbij een vergrijpboete opleggen. Dit is in de praktijk de meest voorkomende variant, zeker bij verzwegen buitenlands vermogen.
Niet (tijdig) betalen van aangiftebelastingen zoals btw en loonheffing (art. 67f AWR)
Bij belastingen die je zelf moet aangeven én betalen, kan een boete volgen als de belasting door opzet of grove schuld niet, niet tijdig of te laag is betaald.
Actueel hier: de Hoge Raad oordeelde op 20 februari 2026 dat art. 67f AWR géén grondslag biedt voor een vergrijpboete wanneer de naheffingsaanslag uitsluitend berust op het wegens fraude weigeren van het btw-nultarief voor intracommunautaire leveringen. De opzet of grove schuld moet zijn gericht op het niet betalen van in Nederland verschuldigde omzetbelasting; opzet die alleen ziet op het ontgaan van btw in een andere lidstaat is daarvoor onvoldoende. De Hoge Raad kwam daarmee expliciet terug van eerdere rechtspraak (ECLI:NL:HR:2026:279). Voor ondernemers met grensoverschrijdende btw-posities is dit een belangrijke uitspraak.
Onjuiste voorlopige aanslag of herziening (art. 67cc AWR)
Verstrek je opzettelijk onjuiste informatie bij een verzoek om een (herziening van een) voorlopige aanslag, dan riskeer je ook een vergrijpboete. Ook hier: alleen bij opzet.
Tot slot goed om te weten: de boete kan niet alleen de belastingplichtige zelf treffen. Ook een medepleger, zoals een adviseur, of een feitelijk leidinggever, zoals een bestuurder of DGA, kan persoonlijk worden beboet. De Belastingdienst maakt daar de laatste jaren actiever gebruik van.
De vereisten: opzet, voorwaardelijk opzet of grove schuld
Hier wordt de zaak beslist. Zonder bewezen opzet of grove schuld geen vergrijpboete, hoe groot de correctie ook is.
Wat is (voorwaardelijk) opzet?
Opzet is willens en wetens handelen of nalaten. Daaronder valt ook voorwaardelijk opzet: je zag de aanmerkelijke kans dat te weinig belasting zou worden geheven, en je hebt die kans bewust op de koop toe genomen. Dat „bewust” is essentieel. „Had moeten weten” of „kon vermoeden” is géén opzet, zo maakte de Hoge Raad op 8 april 2022 nog eens duidelijk (ECLI:NL:HR:2022:526). De inspecteur moet aantonen wat je daadwerkelijk wist, niet wat je had behoren te weten. Dat onderscheid lijkt subtiel, maar er sneuvelen boetes op.
Wat is grove schuld?
Grove schuld is een in laakbaarheid aan opzet grenzende mate van verwijtbaarheid: ernstige nalatigheid, laakbare onachtzaamheid. Gewone slordigheid is niet genoeg. Een vergeten bankrekening in je aangifte kán grove schuld zijn, maar hoeft dat helemaal niet te zijn; het hangt af van de omstandigheden, en die moet de inspecteur concreet maken.
De zware bewijslast van de inspecteur („doen blijken”)
Sinds de arresten van de Hoge Raad van 8 april 2022 en 13 januari 2023 geldt: de inspecteur moet opzet en grove schuld overtuigend aantonen („doen blijken”), niet slechts aannemelijk maken (ECLI:NL:HR:2022:526 en ECLI:NL:HR:2023:26). Dat is de zwaarste bewijsstandaard die het belastingrecht kent, vergelijkbaar met „buiten redelijke twijfel” in het strafrecht.
De boete staat bovendien los van de aanslag. Ook als de navordering of naheffing zelf overeind blijft — zelfs wanneer de hoogte van de belasting met omkering en verzwaring van de bewijslast is vastgesteld — rust de bewijslast voor de boete onverkort op de inspecteur. De Hoge Raad bevestigde recent nog dat de verzwaarde bewijslast voor de beboetbare gedraging op de inspecteur rust, óók als voor de heffing de bewijslast is omgekeerd en verzwaard (HR 10 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1500). En bij het beoordelen of de boete passend en geboden is, moet de rechter er rekening mee houden dat de belastinggrondslag met omkering van de bewijslast is bepaald (HR 18 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC1962). Wat je bij de belastingheffing tegen je krijgt ingebracht, telt bij de boete dus niet automatisch mee.
In de feitenrechtspraak zie je dit effect terugkomen. Hof Den Bosch vernietigde begin 2025 een vergrijpboete omdat de inspecteur opzet en grove schuld niet overtuigend kon aantonen (ECLI:NL:GHSHE:2025:523), en Rechtbank Gelderland haalde medio 2025 een boete voor feitelijk leidinggeven onderuit op vergelijkbare gronden (ECLI:NL:RBGEL:2025:4322). Wij zien in onze eigen praktijk hetzelfde beeld: veel boetedossiers zijn gebouwd op vermoedens en aannames, en die houden bij deze bewijsstandaard lang niet altijd stand.
Kennisgeving en verdedigingsrechten
Omdat de vergrijpboete geldt als een „criminal charge” in de zin van artikel 6 EVRM, heb je extra rechten.
Praktisch betekent dat het volgende. De inspecteur moet je vooraf in kennis stellen van het voornemen tot boeteoplegging en van de gronden daarvoor. Je hebt zwijgrecht voor zover vragen op de boete zien, en de inspecteur moet je daarop wijzen (de cautie). Verklaringen die onder dwang zijn afgegeven, mogen niet zomaar voor de boete worden gebruikt; dat is de kern van het nemo tenetur-beginsel. En het una via-beginsel voorkomt dat je voor hetzelfde feit én een boete krijgt én strafrechtelijk wordt vervolgd.
Praktijktip: ontvang je een kennisgeving? Reageer dan niet in een reflex. Wat je in deze fase schrijft of zegt, komt in het dossier — en kan later voor de boete tegen je worden gebruikt.
Hoe hoog is een vergrijpboete?
De wet noemt vooral maxima (doorgaans 100% van de boetegrondslag). Het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (BBBB) geeft de inspecteur richtlijnen voor de praktijk:
- Grove schuld: 25% van de te weinig geheven belasting.
- Opzet: 50%.
- Strafverzwarende omstandigheden (zoals recidive of listigheid): tot 100%.
- Verzwegen box 3-vermogen: verzwaarde percentages van 75% (grove schuld) en 150% (opzet), met een wettelijk maximum van maar liefst 300%.
Strafverzwarende en strafverminderende omstandigheden
De percentages zijn een vertrekpunt, geen eindstation. De boete moet in jouw geval „passend en geboden” zijn, en de rechter toetst dat zelfstandig. Strafverminderend kunnen onder meer zijn: je financiële omstandigheden, een wanverhouding tussen de boete en het feitelijke verwijt, en overschrijding van de redelijke termijn van de procedure (duurt een procedure te lang, dan wordt de boete standaard gematigd). Het is doorgaans de moeite waard om de hoogte van de boete apart ter discussie te stellen, ook als het verwijt zelf lastig te bestrijden is.
Verweer tegen een vergrijpboete: welke kansen zijn er?
Meer dan veel mensen denken. Een paar hoofdlijnen.
Pleitbaar standpunt
Was het standpunt in je aangifte objectief verdedigbaar, gelet op de wet, rechtspraak en literatuur van dat moment, dan is een vergrijpboete uitgesloten. Ook als de correctie zelf overeind blijft: bij een pleitbaar standpunt vervalt de boete (HR 23 september 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC5105). De toets is objectief: beslissend is of het standpunt naar objectieve maatstaven verdedigbaar was — niet of je er destijds zelf van overtuigd was, en evenmin of het de heersende leer volgde (HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:638).
Dit is een sterk verweer bij discussies over kwalificatievragen, waarderingen en structuren waarover redelijke mensen van mening kunnen verschillen.
Vertrouwen op een deskundig adviseur
Wie een deskundig adviseur inschakelde en aan diens zorgvuldigheid in redelijkheid niet hoefde te twijfelen, treft geen opzet en geen grove schuld. Je hoeft je dan niet ook zelf in de inhoudelijke aspecten van je aangifte te verdiepen (HR 13 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2586). Dit verweer slaagt in de praktijk regelmatig, en het onderstreept meteen waarom het verstandig is om fiscale zaken door een specialist te laten begeleiden.
Bewijsverweer
De inspecteur werkt in boetedossiers vaak met kasopstellingen, vermogensvergelijkingen en bewijsvermoedens. Voor de belastingheffing kan dat volstaan; voor de boete lang niet altijd. In conclusies uit 2024 en 2025 heeft de advocaat-generaal bij de Hoge Raad gepleit voor bewijsminima bij boeteoplegging. Kritisch doorvragen op wat er nu écht bewezen is, hoort in elk boeteverweer thuis.
Bezwaar, beroep en matiging
Tegen een vergrijpboete kun je binnen zes weken bezwaar maken, en daarna beroep instellen bij de rechter. Zolang je de boete gemotiveerd betwist, hoef je die in beginsel niet te betalen. Rechters toetsen vergrijpboetes indringend, juist vanwege het strafkarakter. De ervaring leert dat een goed onderbouwd bezwaar vaak al leidt tot vernietiging of forse matiging, zonder dat de rechter eraan te pas hoeft te komen.
Vergrijpboete voorkomen: inkeer en suppletie
Heb je nog geen boete, maar weet je dat er iets niet klopt in eerdere aangiften? Dan is snel handelen het devies. Wie vrijwillig verbetert vóórdat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur de fout op het spoor is, kan een vergrijpboete matigen of zelfs voorkomen. Voor de btw bestaat daarvoor de suppletieaangifte, die bij tijdige indiening boetematigend werkt.
Wel een kanttekening: de inkeerregeling is sinds 2020 versoberd. Voor box 2- en box 3-inkomen leidt inkeer niet meer automatisch tot straffeloosheid. Toch blijft vrijwillige verbetering vrijwel altijd gunstiger dan afwachten tot de Belastingdienst zelf komt. Laat je vooraf adviseren over de juiste route en formulering; ook een inkeermelding is dossiervorming.
Onze analyse: het boetedossier is geen heffingsdossier
De rode draad in de boetezaken die wij behandelen: sinds de Hoge Raad in 2022 en 2023 de bewijsstandaard op „doen blijken” heeft gezet, is de werkwijze van de Belastingdienst nog niet overal meeveranderd. Boetedossiers worden in onze ervaring nog geregeld opgebouwd zoals heffingsdossiers: met kasopstellingen, vermogensvergelijkingen en bewijsvermoedens die voor de aanslag kunnen volstaan, maar voor de boete niet. Het arrest van 20 februari 2026 over de 67f-boete past in dezelfde lijn: waar de heffing ruim mag worden uitgelegd, wordt de boetebepaling strikt begrensd door het legaliteitsbeginsel.
Voor de praktijk betekent dit wat ons betreft twee dingen. Ten eerste: behandel de boete vanaf de eerste kennisgeving als een zelfstandig dossier, met een eigen bewijsvraag — wat is er overtuigend aangetoond over wat jij wist en wilde? Ten tweede: het moment vóór de eerste reactie aan de inspecteur is het belangrijkste moment in het traject. Verklaringen die in de heffingssfeer logisch en behulpzaam lijken, kunnen in het boetedossier tegen je werken. Geen enkel verweer geeft vooraf zekerheid — de uitkomst hangt af van de feiten en van de opstelling van de inspecteur — maar de rechtspraak van de afgelopen jaren laat zien dat kritisch toetsen van het bewijs de moeite waard is.
Kennisgeving of vergrijpboete ontvangen?
De rode draad van dit artikel: een vergrijpboete vereist zwaar bewijs van de inspecteur, en goed gevoerd verweer heeft in de praktijk geregeld succes — al hangt de uitkomst altijd af van de feiten van jouw geval. De fase waarin je zit, bepaalt je mogelijkheden. Wat je richting de inspecteur zegt of schrijft vóórdat je advies hebt ingewonnen, kun je niet meer terugnemen.
Heb je een kennisgeving, boetebeschikking of aankondiging van een boekenonderzoek ontvangen? Reageer dan niet zelf richting de inspecteur voordat je advies hebt ingewonnen. Neem vrijblijvend contact op met Port Sight Tax.
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen advies voor jouw specifieke situatie. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. Laatst bijgewerkt: juli 2026.
Veelgestelde vragen over dit onderwerp
Een verzuimboete is een vast bedrag voor administratieve fouten, zoals te laat aangifte doen, zonder dat schuld hoeft te worden bewezen. Een vergrijpboete is een straf voor ernstig verwijtbaar gedrag: de inspecteur moet opzet of grove schuld overtuigend aantonen en de boete is een percentage van de te weinig geheven belasting.
Standaard 25% van de te weinig geheven belasting bij grove schuld en 50% bij opzet, oplopend tot 100% bij strafverzwarende omstandigheden zoals recidive. Bij verzwegen box 3-vermogen gelden verzwaarde percentages van 75% en 150%, met een wettelijk maximum van 300%.
Ja, binnen zes weken na de boetebeschikking. En dat kan zeker zinvol zijn: door de zware bewijslast van de inspecteur worden vergrijpboetes in bezwaar en beroep geregeld vernietigd of gematigd. Zolang je gemotiveerd betwist, hoef je de boete in beginsel nog niet te betalen.
Richard Bierlaagh
Richard is al meer dan 10 jaar actief in de fiscale wereld. Met ervaring bij Big Four kantoren en actief als auteur.
Vrijblijvend Adviesgesprek
Meer weten over dit onderwerp? Boek een gratis consult met een van onze specialisten.


