Dde fiscale gevolgen van ongelijke breukdelen sinds 2026

Het korte antwoord

Krijgt een echtgenoot of partner bij ontbinding van de gemeenschap of bij verrekening meer dan de helft, dan is dat meerdere sinds 1 januari 2026 belast. Bij overlijden als erfrechtelijke verkrijging, bij scheiding als schenking. Samenwoners met een verrekenbeding in een notarieel samenlevingscontract vallen er ook onder.

Akten van vóór 16 september 2025, 16:00 uur blijven buiten schot. Tot iemand ze openmaakt: wijzigt u de bepaling over het aandeel of het te verrekenen vermogen, dan is die bescherming weg. Ook als de wijziging niets met belasting te maken had.

Huwelijkse voorwaarden en de Successiewet
Wij beoordelen het overgangsrecht, de fiscale gevolgen van een wijziging en de verzorging van de langstlevende na 2026, in overleg met uw notaris.
Plan een oriënterend gesprek

1. Waar de maatregel vandaan komt

Een echtpaar trouwde in 2015 in algehele gemeenschap. Twee jaar later, de man was inmiddels ernstig ziek, maakten zij huwelijkse voorwaarden: 90% voor haar, 10% voor hem. Kort daarna overleed hij. Zij was enig erfgenaam. De inspecteur rekende af alsof de gemeenschap bij helfte was verdeeld.

De Hoge Raad ging daar niet in mee (16 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:239). Het aangaan van huwelijkse voorwaarden met een ongelijke gerechtigdheid levert nog geen voltooide vermogensverschuiving op, en dus geen schenking. Fraus legis hielp de inspecteur evenmin: hij had niets gesteld waaruit volgde dat bij het maken van de voorwaarden zo goed als zeker was dat de man als eerste zou overlijden. Ook de ficties van artikel 11 SW 1956 pasten niet. Lid 2 ziet niet op bedingen in huwelijkse voorwaarden. Lid 4 gold destijds alleen als de langstlevende meer kreeg dan het eigen aandeel in de gemeenschap, en negentig procent wás haar aandeel.

Lid 4 bleef door dit arrest wel gewoon van kracht voor verkrijgingen boven het eigen aandeel. Wat openlag was de route via de breukdelen zelf. Die is nu dichtgezet.

2. Wat er per 1 januari 2026 geldt

Alles boven de helft is voortaan object van heffing. Wordt de gemeenschap ontbonden door overlijden, dan is het meerdere een verkrijging krachtens erfrecht. Gebeurt het tijdens leven, bijvoorbeeld bij echtscheiding, dan is het een schenking. Hetzelfde geldt voor een verrekenbeding waarbij anders dan bij helfte wordt afgerekend, ook tussen ongehuwd samenwonenden, mits het beding notarieel is vastgelegd.

Situatie Tot en met 2025 Vanaf 2026
Ongelijke breukdelen, ontbinding door overlijden Geen schenking; lid 4 (oud) alleen bij méér dan het eigen aandeel Het meerdere boven de helft is een erfrechtelijke verkrijging
Ontbinding tijdens leven, bijvoorbeeld bij scheiding In beginsel onbelast Het meerdere boven de helft geldt als schenking
Finaal verrekenbeding met ongelijke delen In beginsel onbelast Valt onder dezelfde regeling
Notarieel samenlevingscontract met verrekenbeding Discussie over het giftbegrip Uitdrukkelijk binnen het bereik
Gemeenschap of verrekening bij helfte Onbelast Onbelast

Voor de inspecteur is dat een forse vereenvoudiging. Tot nu toe had hij alleen fraus legis: een open norm, met de bewijslast bij hem, die zelden werd gehaald. Nu volstaat een rekensom, en speelt het motief van partijen geen rol meer.

3. Het overgangsrecht, en waar het misgaat

Huwelijkse voorwaarden en notariële samenlevingscontracten waarin vóór 16 september 2025, 16:00 uur al ongelijke breukdelen of een ongelijk verrekenbeding stonden, worden geëerbiedigd. Let op dat tijdstip. In de internetconsultatie werd nog uitgegaan van 18 april 2025, de dag van de aankondiging in de Voorjaarsnota. Akten uit de maanden daartussen vallen dus alsnog onder de eerbiediging.

De eerbiediging houdt op zodra partijen de bepaling wijzigen die ziet op het aandeel in de gemeenschap of op het te verrekenen vermogen. De aanleiding voor die wijziging is daarbij niet van belang.

Praktijktip

Reken vóór elke wijziging van huwelijkse voorwaarden uit wat het verlies van de eerbiediging kost. Ook bij een aanleiding die volstrekt niets met belasting te maken heeft: een tweede huwelijk, een bedrijfsoverdracht, een aanpassing na verhuizing. Wij verwachten dat hier de komende jaren meer misgaat dan bij nieuw opgetuigde constructies.

4. De ingetrokken goedkeuring

Tegelijk is het beleidsbesluit over huwelijksvermogensrecht en schenkbelasting aangepast. In het besluit van 5 juli 2010, nr. DGB2010/872M, zoals gewijzigd op 29 maart 2018 (nr. 2018-45958), zijn de onderdelen 3.3 en 3.4 vervallen; onderdeel 3.5 is vernummerd tot 3.3. Dat gebeurde bij besluit van 17 december 2025, nr. 2025-25247, Stcrt. 2025, 39607, eveneens per 1 januari 2026.

Loopt er een dossier waarin op die onderdelen is gesteund, ga dan na of het feitencomplex zich vóór 2026 heeft voltrokken. Voor latere gevallen moet het advies opnieuw worden bekeken.

5. Wat wij ervan vinden

De maatregel is aangekondigd als de aanpak van een constructie. Bij de zaak die eraan ten grondslag lag klopt dat: huwelijkse voorwaarden gemaakt terwijl een van beiden al ernstig ziek was. De bepaling die er is gekomen reikt aanzienlijk verder.

Ongelijke breukdelen worden ook afgesproken zonder dat er ooit iemand aan erfbelasting heeft gedacht. Bij een tweede huwelijk waarin de een veel meer voorhuwelijks vermogen inbrengt. Bij ondernemers die risicodragend vermogen buiten de gelijke deling willen houden. Bij grote leeftijds- of vermogensverschillen. Die gevallen worden nu op dezelfde manier behandeld als de zaak uit het arrest, want de wet kijkt alleen naar het percentage. Een tegenbewijsregeling op het motief is er niet.

Kwalijker vinden wij het effect van het overgangsrecht. Wie eronder valt, wordt feitelijk ontraden zijn huwelijkse voorwaarden ooit nog aan te raken. Terwijl actualiseren juist verstandig is als de gezinssituatie verandert. Aan het openmaken van de akte hangt nu een prijskaartje dat losstaat van wat men erin wil wijzigen.

Over de uitbreiding naar ontbinding tijdens leven is opvallend weinig gezegd; de discussie ging vrijwel alleen over overlijden. Dat bij een scheiding een verkrijging boven de helft nu als schenking in beeld komt, raakt een veel grotere groep, op een moment waarop de fiscale toets doorgaans niet als eerste wordt aangelegd.

Wat er wel overblijft

Voor het ruim verzorgen van de langstlevende blijven de gebruikelijke instrumenten voor estate planning beschikbaar. Een gemeenschap of verrekenbeding bij helfte, gecombineerd met een langstlevenderegeling in het testament, werkt onveranderd. Een opvul- of afvullegaat stemt de verkrijging af op de vrijstelling en de schijven.

Ook de beperkte gemeenschap blijft onaangetast. Echtgenoten kunnen bij huwelijkse voorwaarden één vermogensbestanddeel in een gemeenschap brengen waarin ieder voor de helft gerechtigd is: een effectenportefeuille, een bankrekening, de woning. Dat is voor de Successiewet geen schenking, ook niet als het om één bestanddeel gaat (HR 7 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:708). De nieuwe fictie komt er niet aan te pas, want niemand verkrijgt meer dan de helft. Overlijdt de vermogende echtgenoot, dan valt nog maar de helft van dat bestanddeel in de nalatenschap. Gaat het om een woning, dan roept de boedelmenging geen overdrachtsbelasting op (art. 3 lid 1 onderdeel a Wet BRV).

Er zitten wel voorwaarden aan. De vermogensverschuiving is definitief: de partner wordt voor de helft eigenaar, ook bij een scheiding. Wordt de gemeenschap kort voor een overlijden aangegaan, dan blijft fraus legis in beeld; het criterium uit het arrest van 2024 is niet beperkt tot ongelijke breukdelen. En zitten er aanmerkelijkbelangaandelen in het bestanddeel, dan moet de inkomstenbelastingkant apart worden beoordeeld voordat de akte passeert.

Onze standaardlijn sinds dit jaar: verzorging van de langstlevende regel je in het testament, en waar een verschuiving bij leven gewenst is, doe je dat met gelijke delen.

6. In lopende dossiers

  • Zoek uit welke cliënten ongelijke breukdelen of een ongelijk verrekenbeding hebben, en of de akte van vóór of na 16 september 2025, 16:00 uur dateert.

  • Leg bij akten onder het overgangsrecht in het dossier vast dat de eerbiediging geldt en waardoor zij vervalt, zodat de toets bij een latere wijziging vanzelf boven komt.

  • Kijk bij nieuwe akten eerst of het beoogde resultaat haalbaar is via het testament en de partnervrijstelling, of via een beperkte gemeenschap met gelijke delen.

  • Ga bij ontbindingen van vóór 2026 na of de inspecteur nog langs fraus legis kan komen; daarvoor is het "zo goed als zeker"-criterium bepalend.

  • Herbeoordeel adviezen die leunden op onderdeel 3.3 of 3.4 van het besluit uit 2010.

Speelt fraus legis nog een rol?

Onder het nieuwe recht nauwelijks; de fictie doet het werk al. Voor ontbindingen van vóór 2026 en voor akten onder het overgangsrecht blijft het criterium uit het arrest gelden: de inspecteur moet aannemelijk maken dat bij het maken van de voorwaarden zo goed als zeker was dat de vermogende echtgenoot als eerste zou overlijden.

Peildatum: 11 augustus 2026. De maatregel maakt deel uit van het pakket Belastingplan 2026 (Kamerstukken II 2025/26, 36 812). De uitkomst hangt af van de tekst van de akte en van de feiten van het geval.

Zie ook onze insight "De uitsluitingsclausule na 2018: wanneer hij nog werkt" over de vraag wanneer een erfenis buiten de huwelijksgemeenschap blijft.

Disclaimer: dit artikel is bedoeld als algemene informatievoorziening en vormt geen fiscaal of juridisch advies. De uitkomst in een concreet geval hangt af van de individuele feiten, de tekst van de akte en de beoordeling door de inspecteur; aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend. Neem voor uw eigen situatie contact op met een belastingadviseur.

Veelgestelde vragen over dit onderwerp

Meestal niet. Een wijziging van de bepaling over het aandeel kan juist de bescherming van het overgangsrecht laten vervallen. Laat daarom eerst berekenen wat een aanpassing fiscaal kost.

Ja, als het verrekenbeding in een notarieel samenlevingscontract staat. Dan valt het sinds 2026 onder dezelfde regeling.

Dat voorkomt toepassing van de nieuwe fictie niet. Leg wel vast waarom destijds voor de verdeling is gekozen; dat kan relevant zijn voor het overgangsrecht en oudere gevallen.

Geschreven door:

Richard Bierlaagh

Tax Partner

Richard is al meer dan 10 jaar actief in de fiscale wereld. Met ervaring bij Big Four kantoren en actief als auteur.

Lees meer
Geschreven door:

Richard Bierlaagh

Tax Partner

Richard is al meer dan 10 jaar actief in de fiscale wereld. Met ervaring bij Big Four kantoren en actief als auteur.

Contact opnemen

Vrijblijvend Adviesgesprek

Meer weten over dit onderwerp? Boek een gratis consult met een van onze specialisten.

Boek een afspraak
In 1 min. geregeld