
Snel antwoord
De aangifteplicht ontstaat pas na een uitnodiging van de inspecteur of na het ontstaan van een belastingschuld. Wie te laat of onjuist aangifte doet, riskeert niet alleen een boete, maar vooral omkering en verzwaring van de bewijslast. Of het zover komt, bepaalt het toetsingskader uit de jurisprudentie.
Inhoud
Het doen van aangifte wordt meestal niet gezien als de leukste tijdsbesteding. Jammer genoeg moeten we in ons leven toch een aantal belastingaangiftes doen, zoals de jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting, aangiftes voor de erf- en schenkbelasting en de btw en loonbelasting, als u ondernemer bent. Het is daarom belangrijk dat u goed scherp heeft wat uw verplichtingen zijn omtrent het doen van aangiftes.
1. Wanneer moet ik aangifte doen?
De aangifteplicht ontstaat niet automatisch, maar pas zodra de inspecteur u uitnodigt tot het doen van aangifte of als u vermoedt aanvullende belasting af te moeten dragen. Vanaf dat moment moet u de gevraagde gegevens ‘duidelijk, stellig en zonder voorbehoud’ verstrekken. De termijn waarbinnen u de aangifte moet doen, verschilt per type belasting.
- Aanslagbelastingen (bv. inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting): ten minste één maand na de uitnodiging van de inspecteur. Verlengt de inspecteur die termijn, dan lopen ook de aanslag- en navorderingstermijn mee.
- Aangiftebelastingen (bv. loonbelasting, btw): ten minste één maand na afloop van het tijdvak waar de belasting betrekking op heeft. In de praktijk per maand of kwartaal afhankelijk van het type belasting.
Het missen van deze termijnen is nog niet meteen reden voor paniek: zonder voorafgaande aanmaning kan de inspecteur nog geen sancties opleggen wegens het niet tijdig doen van aangifte. Vaak krijgt u dan nog 10 werkdagen de tijd om de aangifte alsnog in te dienen.
Let op de spontane aangifte
Verstrekt u zonder uitnodiging uit eigen beweging gegevens aan de Belastingdienst vóórdat de aanslag vaststaat? Dan wordt deze aangifte sinds 2020 behandeld alsof het een aangifte is die u op uitnodiging doet. Dit betekent dat de inspecteur toegang heeft tot dezelfde sanctiemogelijkheden als hij bij een normale aangifte zou hebben.
2. Wanneer is de ‘vereiste aangifte’ niet gedaan?
In beginsel is de aangifte niet gedaan als u die na de aanmaning van de inspecteur nog niet gedaan heeft. Dit is echter niet alles; er zijn ook een aantal andere situaties waarin de door u ingediende aangifte gelijkgesteld wordt met een niet gedane aangifte. Over het algemeen zien we het onderscheid tussen twee categorieën.
Formele gebreken
De aangifte is niet (tijdig) opgestuurd, of wel ingediend maar formeel onjuist; bijvoorbeeld doordat er stukken in de aangifte niet of niet volledig zijn ingevuld terwijl dit wel zou moeten. Als de inspecteur de te laat ingediende aangifte toch nog ontvangt en kan gebruiken voordat hij vaststelt hoeveel u moet betalen, mag hij niet overgaan tot omkering en verzwaring van de bewijslast.
Inhoudelijke gebreken: het toetsingskader
Een aangifte kan ook inhoudelijk zo fout zijn dat deze behandeld wordt alsof die niet gedaan is. Dit kan enkel als er voldaan is aan de volgende vereisten, opgesteld door de Hoge Raad:
- de aangegeven belasting is verhoudingsgewijs én op zichzelf beschouwd aanzienlijk lager dan de werkelijk verschuldigde belasting;
- u wist bij het doen van aangifte, of moest zich ervan bewust zijn, dat u door het fout invullen van deze aangifte aanzienlijk minder zou betalen.
Voor de antwoorden op deze vragen kijkt de inspecteur naar uw hele aangifte en stelt hij aan de hand daarvan vast of u niet voldaan heeft aan de verplichting om uw aangifte ‘duidelijk, stellig en zonder voorbehoud’ in te vullen.
3. Wat zijn de gevolgen?
Wat als u uw aangifte niet tijdig of niet goed heeft ingediend, wat zijn dan de mogelijkheden van de inspecteur? Een van de sancties is de omkering en de verzwaring van de bewijslast. Dit betekent dat u als belastingplichtige moet gaan bewijzen dat uw aangifte goed is, in plaats van dat de inspecteur moet bewijzen dat die fout is. Daarnaast moet u ook overtuigend aantonen dat uw aangifte juist is. Voordat de bewijslast verzwaard werd, hoefde u dit alleen maar aannemelijk te maken. Deze bewijssanctie maakt het procederen tegen de Belastingdienst over de betreffende aangifte veel moeilijker.
Naast deze sanctie kan de inspecteur u ook een boete opleggen voor het niet doen van aangifte, dan wel het opzettelijk fout doen van de aangifte. Beide boetes kunnen hoog oplopen en worden dus het liefst vermeden. In gevallen waarin het echt heel bont wordt, heeft de inspecteur ook nog de mogelijkheid om de zaak over te dragen aan het Openbaar Ministerie, waarna het een strafrechtelijk probleem wordt; dit is echter uitzonderlijk.
Onze observatie uit de praktijk
Discussies over de vereiste aangifte gaan zelden over het bedrag, maar over de zachtere randen van het kader. Het bewustheidsvereiste moet de inspecteur aannemelijk maken volgens de normale regels van stelplicht en bewijslast: een pleitbaar standpunt of verdedigbare waarderingskeuze is iets anders dan bewuste onderrapportage.
De reikwijdte is bovendien begrensd door de Hoge Raad in het trustvakje-arrest. Hierin werd beslist dat omkering en verzwaring van de bewijslast niet gelden voor geschilpunten waarvoor de onjuist beantwoorde vragen in de aangifte niet van belang kunnen zijn. Het is dus mogelijk dat de bewijslastsanctie slechts wordt toegepast op een deel van de door u niet goed ingediende aangifte.
Ook ná omkering heeft de inspecteur bovendien geen vrij spel: de aanslag moet op een redelijke schatting berusten.
Loopt u tegen een discussie over uw aangifte aan?
Een vragenbrief, een aangekondigde correctie of een aanslag met een beroep op omkering vraagt om een vroege, zorgvuldige reactie: uw eerste antwoord bepaalt vaak de rest van het traject. Wij helpen u graag, mocht u in deze situatie komen. Het liefst helpen wij voorkomen dat het zo ver komt.
Port Sight Tax begeleidt ondernemers, DGA’s en internationaal actieve particulieren bij de beoordeling of de vereiste aangifte werkelijk niet is gedaan, het verweer tegen omkering en verzwaring (inclusief partiële omkering), de toets of de schatting van de inspecteur redelijk is, en bezwaar- en beroepsprocedures.
Neem dus vooral contact met ons op zodat we samen naar uw dossier kunnen kijken.
Disclaimer: dit artikel is bedoeld als algemene informatievoorziening en vormt geen fiscaal of juridisch advies. Elke situatie wordt beoordeeld op haar eigen feiten; aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend. Neem voor uw specifieke situatie contact op met een belastingadviseur.
Bronnen
Art. 6 jo. art. 8, lid 1 AWR & art. 2 Uitvoeringsregeling AWR 1994; HR 23 december 1959, BNB 1960/26; HR 30 oktober 2009, BNB 2010/47, bevestigd in HR 24 april 2015, BNB 2015/176; HR 27 mei 2022, BNB 2022/108.
Veelgestelde vragen over dit onderwerp
Thomas van Gool
Thomas is een scherp analytisch fiscaal talent dat Rechten en Fiscaal Recht studeert aan de Universiteit Leiden (Honours College), excelleert als debater, een passie heeft voor recht, economie en oude Citroëns, een brede fiscale interesse koestert en gedreven is om niet alleen regels te begrijpen, maar ook hun werking en bedoeling te doorgronden.
Vrijblijvend Adviesgesprek
Meer weten over dit onderwerp? Boek een gratis consult met een van onze specialisten.


