
U heeft een aanmerkelijk belang als u, eventueel samen met uw fiscale partner, ten minste 5% van het geplaatste kapitaal in een vennootschap houdt. Dividenden en verkoopwinst uit dit belang worden in 2026 belast in Box 2.
- Tarief Box 2 in 2026: 24,5% tot € 68.843 per persoon, 31% over het meerdere
- Fiscale partners mogen Box 2-inkomen vrij toerekenen — samen tot € 137.686 in de lage schijf
- Dividendbelasting van 15% wordt als voorheffing verrekend met de Box 2-aanslag
- Voor familiebedrijven biedt de combinatie van doorschuifregeling en BOR aanzienlijke fiscale efficiency bij opvolging
- Excessief lenen bij de eigen BV: leningen boven € 500.000 leiden tot een fictief Box 2-voordeel
Inhoud
Wanneer u als ondernemer of belegger een substantieel deel van de aandelen in een besloten vennootschap (BV) bezit, krijgt u te maken met de regels van het aanmerkelijk belang. In de praktijk wordt deze heffing kortweg de Box 2-belasting genoemd. In dit artikel leggen wij uit wat een aanmerkelijk belang precies is, hoe de aanmerkelijkbelangheffing werkt, welke tarieven gelden in 2026, en hoe u als directeur-grootaandeelhouder (DGA) optimaal kunt plannen — van dividendspreiding tot de doorschuifregeling bij bedrijfsopvolging.
Wat is een aanmerkelijk belang?
U heeft een aanmerkelijk belang (a.b.) als u, eventueel samen met uw fiscale partner, direct of indirect ten minste 5% van het geplaatste kapitaal in een vennootschap houdt. Dit geldt voor de meeste aandelenvennootschappen, zoals de Nederlandse BV en NV en vergelijkbare buitenlandse rechtsvormen.
Niet alleen het bezit van gewone aandelen telt mee. U heeft ook een aanmerkelijk belang als u:
- koopopties heeft om ten minste 5% van de aandelen te verwerven;
- winstbewijzen bezit die recht geven op ten minste 5% van de jaarwinst of het liquidatiesaldo;
- ten minste 5% van de stemmen mag uitbrengen in een coöperatie of vereniging op coöperatieve grondslag;
- aandelen van een specifieke soort houdt waarvoor de soortbenadering geldt — een belang van 5% in één soort aandelen volstaat dan al.
Het gaat hierbij om het economisch belang; juridische eigendom is niet altijd vereist. Een vruchtgebruiker met economisch belang in 5% van de aandelen kan eveneens als aanmerkelijkbelanghouder kwalificeren.
Reguliere en vervreemdingsvoordelen: waar betaalt u over?
De aanmerkelijkbelangheffing in Box 2 omvat twee soorten voordelen:
Reguliere voordelen. Dit zijn de dividenden en andere winstuitkeringen die de BV aan u doet. Ook het rentevoordeel op een onzakelijke lening van de BV aan u kan onder reguliere voordelen vallen.
Vervreemdingsvoordelen. Dit is de winst die u maakt bij verkoop, ruil of inkoop van uw aandelen. De winst wordt berekend als het verschil tussen de overdrachtsprijs en de verkrijgingsprijs (het bedrag dat u oorspronkelijk voor de aandelen heeft betaald, eventueel verhoogd met latere stortingen of agio).
Bij dividenduitkeringen houdt de BV in beginsel 15% dividendbelasting in als voorheffing. Deze 15% verrekent u vervolgens met uw uiteindelijke Box 2-aanslag in de aangifte inkomstenbelasting.
Box 2-tarieven 2026
Tot en met 2023 gold een vlak tarief van 26,9% over alle aanmerkelijkbelangvoordelen. Vanaf 2024 is een tweeschijvenstelsel ingevoerd om binnen Box 2 een progressieve heffing te realiseren. In 2025 is het toptarief verlaagd van 33% naar 31%; deze tarieven blijven in 2026 ongewijzigd. De schijfgrens is voor 2026 wel geïndexeerd:
| Schijf | Inkomen Box 2 (per persoon) | Tarief 2026 |
|---|---|---|
| Schijf 1 | tot € 68.843 | 24,5% |
| Schijf 2 | boven € 68.843 | 31% |
Voor fiscale partners geldt dat zij hun Box 2-inkomen vrij mogen toerekenen. Samen kunnen partners dus tot € 137.686 in de lage schijf laten vallen — een belangrijk planningsinstrument voor DGA-echtparen.
Praktijktip
Door dividenduitkeringen te spreiden over meerdere jaren benut u maximaal de lage schijf. Een DGA met fiscale partner kan zo jaarlijks ruim € 137.000 dividend uitkeren tegen 24,5% in plaats van 31% — een tariefverschil dat bij volledige benutting van de schijfruimte van beide partners al gauw duizenden euro's per jaar scheelt.
Meetrekregeling en meesleepregeling
Wanneer u zelf minder dan 5% van de aandelen houdt, heeft u in principe geen aanmerkelijk belang. Hierop bestaan echter twee belangrijke uitzonderingen:
De meetrekregeling
De meetrekregeling (artikel 4.10 Wet IB 2001) bepaalt dat een belang van minder dan 5% toch tot een aanmerkelijk belang leidt indien een bloed- of aanverwant in de rechte lijn (uw partner, ouder, kind of kleinkind) een aanmerkelijk belang in dezelfde vennootschap houdt.
Voorbeeld: Vader Henk houdt 4% in BV X. Zijn dochter Frederique houdt 10% in dezelfde BV X. Door de meetrekregeling wordt het 4%-belang van Henk eveneens als aanmerkelijk belang aangemerkt. Het inkomen uit dit belang valt voor Henk dus in Box 2 — niet in Box 3 als regulier vermogen.
De ratio: voorkomen dat aandelenbezit binnen een familie wordt verspreid om de aanmerkelijkbelangregels te ontwijken.
De meesleepregeling
De meesleepregeling werkt anders. Als u zelf reeds een aanmerkelijk belang houdt in een bepaalde soort aandelen, worden al uw overige aandelen, opties en winstbewijzen in diezelfde vennootschap eveneens tot het aanmerkelijk belang gerekend — ook als die op zichzelf onder de 5%-grens blijven.
Voorbeeld: U houdt 10% van de gewone aandelen in BV Y (aanmerkelijk belang) en daarnaast 2% van de prioriteitsaandelen. Door de meesleepregeling vallen ook deze prioriteitsaandelen onder het aanmerkelijkbelangregime.
Aflopend aanmerkelijk belang
Wat als u uw belang gedeeltelijk verkoopt en daarmee onder de 5% zakt? Onder voorwaarden blijft uw resterende belang dan nog gedurende een aflopende termijn als aanmerkelijk belang aangemerkt. Dit aflopend aanmerkelijk belang ontstaat bijvoorbeeld bij een gedeeltelijke verkoop of bij verwatering door emissie van nieuwe aandelen.
Het gevolg is dat dividenden en verkoopwinsten op het resterende kleine belang nog steeds in Box 2 worden belast — in plaats van in Box 3 als regulier vermogen. Daarmee kunt u onder meer nog gebruikmaken van de verliesverrekeningsmogelijkheden in Box 2.
Verkrijgingsprijs: het fundament onder uw vervreemdingsvoordeel
De vervreemdingswinst wordt berekend als het verschil tussen overdrachtsprijs en verkrijgingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat:
- het bedrag dat u oorspronkelijk voor de aandelen heeft betaald;
- latere stortingen op de aandelen (kapitaalstortingen, agio);
- niet-uitgekeerde, reeds belaste reserves;
- bij verkrijging onder de doorschuifregeling: de verkrijgingsprijs van de rechtsvoorganger.
Een nauwkeurige administratie van de verkrijgingsprijs is essentieel — zeker bij DGA's die gedurende decennia kapitaal hebben gestort, dividenden hebben uitgekeerd of geruisloze omzettingen hebben doorgemaakt. Een lage verkrijgingsprijs leidt bij verkoop tot een hoge vervreemdingswinst en dus tot een hoge Box 2-heffing.
Fictieve vervreemding: emigratie, overlijden, schenking
In een aantal situaties merkt de wet u aan als ware u uw aandelen verkocht, terwijl er feitelijk geen verkoop heeft plaatsgevonden. Deze fictieve vervreemding leidt tot een directe Box 2-claim. De belangrijkste gevallen:
- Emigratie van de aandeelhouder. Bij vertrek uit Nederland legt de Belastingdienst een conserverende aanslag op over de waardestijging van de aandelen tot het moment van emigratie. Onder voorwaarden hoeft deze niet meteen te worden betaald.
- Overlijden. Bij overlijden van de aandeelhouder wordt fictief vervreemd — de aandelen verschuiven naar de erfgenamen, met afrekening over de waardesprong.
- Schenking. Bij schenking aan kinderen of derden ontstaat eveneens een fictieve vervreemding.
- Liquidatie van de vennootschap. De liquidatie-uitkering wordt aangemerkt als vervreemdingsvoordeel.
Verdieping: zie ons artikel „Fiscaal inwonerschap en het woonplaatsonderzoek" voor de gevolgen van emigratie en de conserverende aanslag.
Doorschuifregeling en bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)
Voor familiebedrijven en bedrijfsopvolging is de combinatie van twee regelingen cruciaal:
De doorschuifregeling Box 2. Onder strikte voorwaarden kan de Box 2-claim bij overlijden of schenking worden doorgeschoven naar de opvolger, zonder onmiddellijke afrekening. De opvolger neemt de oorspronkelijke verkrijgingsprijs over. Voorwaarden: de aandelen moeten ondernemingsvermogen vertegenwoordigen, en (bij schenking) de begiftigde moet doorgaans 36 maanden in dienst zijn geweest van de vennootschap.
De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de Successiewet. De BOR biedt een grote vrijstelling van schenk- of erfbelasting voor het ondernemingsvermogen in de BV. Per 2026 zijn de BOR-regels op enkele punten aangescherpt: de vrijstelling geldt nog uitsluitend voor gewone aandelen met een belang van minimaal 5%; winstbewijzen en opties komen niet langer in aanmerking.
De combinatie van doorschuifregeling (Box 2) en BOR (Successiewet) maakt het mogelijk om een familiebedrijf met aanzienlijke fiscale efficiency aan de volgende generatie over te dragen — mits tijdig en zorgvuldig gepland.
Verlies uit aanmerkelijk belang
Een verlies uit aanmerkelijk belang is verrekenbaar met:
- positieve Box 2-inkomsten uit het voorgaande kalenderjaar (carry back van één jaar); en
- positieve Box 2-inkomsten uit de zes daaropvolgende jaren (carry forward).
Indien u na verkoop van al uw aanmerkelijkbelangaandelen nog een onverrekend verlies heeft, kunt u dit onder voorwaarden omzetten in een belastingkorting op uw Box 1-inkomen. Hiervoor geldt een wachttermijn en moeten alle aanmerkelijkbelangposities zijn beëindigd.
Excessief lenen bij de eigen BV
Sinds 2023 geldt de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap. Deze regeling beoogt het opbouwen van fiscaal onbelaste vermogensaangroei via leningen van de eigen BV te voorkomen. De belangrijkste regels:
- Leningen van de DGA bij de eigen BV boven de drempel van € 500.000 worden geacht een fictief regulier voordeel in Box 2 te zijn — en dus belast tegen 24,5% of 31%.
- Voor leningen ten behoeve van de eigen woning geldt een afzonderlijke vrijstelling.
- Voor partners geldt de drempel van € 500.000 gezamenlijk.
Voor DGA's met substantiële rekening-courantverhoudingen of grote schulden aan de eigen BV is dit een belangrijk planningspunt geworden.
Praktische planningstips
Voor de DGA en aanmerkelijkbelanghouder zijn de volgende aandachtspunten in 2026 relevant:
- Spreid dividend uit over meerdere jaren om de lage schijf van 24,5% optimaal te benutten — zeker met een fiscale partner.
- Houd de verkrijgingsprijs zorgvuldig bij, vooral na decennia van inhoudingen, stortingen en herstructureringen.
- Plan tijdig de bedrijfsopvolging — de combinatie doorschuifregeling + BOR is fiscaal aantrekkelijk maar vereist voorbereiding (en, bij schenking, een 36-maanden dienstverband van de opvolger).
- Houd rekening met de excessief lenen-grens van € 500.000 in uw rekening-courantpositie.
- Bij voorgenomen emigratie stem tijdig met een adviseur af welke gevolgen een conserverende aanslag heeft en welke uitstelfaciliteiten beschikbaar zijn.
- Documenteer aandelenoverdrachten en kapitaalstortingen — bewijs van de verkrijgingsprijs is cruciaal bij toekomstige verkoop.
Verdieping: zie ook ons artikel „Gebruikelijk loon en doorbetaaldloonregeling" voor de aanvullende fiscale verplichtingen die op de DGA als aanmerkelijkbelanghouder rusten.
Port Sight Tax adviseert DGA's en aanmerkelijkbelanghouders
De aanmerkelijkbelangregels lijken op het eerste gezicht overzichtelijk, maar de samenloop met dividendbelasting, gebruikelijk loon, de doorschuifregeling, BOR en de excessief lenen-regeling maakt de planning in de praktijk complex. Een gedegen advies vooraf voorkomt onnodige heffing achteraf.
Onze diensten:
- Box 2-planning: dividendspreiding, partneroptimalisatie en aandeelhoudersuitkeringen
- Bedrijfsopvolging: combinatie doorschuifregeling en BOR
- Conserverende aanslag bij emigratie en remigratie
- Excessief lenen-toets en herstructurering rekening-courantposities
- Verkrijgingsprijs-vaststelling en historische analyse van de aandeelhoudersadministratie
Veelgestelde vragen over dit onderwerp
Box 2 is de inkomstenbelasting op voordelen uit een aanmerkelijk belang — een aandelenbelang van ten minste 5% in een vennootschap. Onder Box 2 vallen zowel dividenden en andere winstuitkeringen als de winst die u maakt bij verkoop van de aandelen. De heffing wordt geregeld in de Wet IB 2001 en kent sinds 2024 een tweeschijvenstelsel.
In 2026 geldt in Box 2 een tarief van 24,5% over de eerste € 68.843 aan inkomen uit aanmerkelijk belang per persoon, en 31% over het meerdere. Fiscale partners mogen hun Box 2-inkomen vrij toerekenen — gezamenlijk kunnen zij dus tot € 137.686 in de lage schijf laten vallen. De 15% dividendbelasting die de BV inhoudt op uitkeringen wordt als voorheffing verrekend met uw Box 2-aanslag.
Bij vertrek uit Nederland legt de Belastingdienst een conserverende aanslag op over de waardestijging van uw aanmerkelijkbelangaandelen tot het moment van emigratie. Het is een fictieve vervreemding: u wordt aangemerkt als had u uw aandelen verkocht, terwijl er feitelijk geen verkoop heeft plaatsgevonden. Onder voorwaarden hoeft de aanslag niet meteen te worden betaald en is uitstel mogelijk.
Richard Bierlaagh
Richard is al meer dan 10 jaar actief in de fiscale wereld. Met ervaring bij Big Four kantoren en actief als auteur.
Vrijblijvend Adviesgesprek
Meer weten over dit onderwerp? Boek een gratis consult met een van onze specialisten.


